Afgelopen week publiceerde Folia een interview met Carla Zoethout, docent staatsrecht, over een stilteruimte op de UvA. Zoethout stelde dat een stilteruimte de scheiding tussen kerk en staat zou schenden. Iris Kooreman is een van de (reeds weer gesloten) stilteruimte-initiatiefnemers. Zij sprak met het Parool over het gebrek aan inclusiviteit op de UvA en de noodzaak van diversiteitsbeleid en een stilteruimte. Hieronder haar opiniestuk – ‘scheiding tussen ‘stilteruimte’ en UvA?’

“Tot op heden ontbreekt het op de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan diversiteitsbeleid. De UvA wilt geen aandacht besteden aan het ondersteunen van diverse groepen met verschillende levensstijlen en overtuigingen op de universiteit – zijn openbare karakter is hierin leidend. Vanuit verschillende studentengroepen is herhaaldelijk de vraag gesteld waarom de UvA geen diversiteitsbeleid kent en onder andere geen stilteruimte wilt faciliteren binnen de universiteit. De reden hierachter: “omdat we een open universiteit zijn”. Openbare instellingen mogen zich kennelijk niet inmengen met enige vormen van culturele diversiteit, godsdienstigheid en spiritualiteit.

Het idee dat een openbare instelling zich niet moet inmengen met dit soort beleid vloeit nog steeds voort uit het idee dat kerk en staat gescheiden moeten opereren. Tegenwoordig is er vaak niet eens meer sprake van ‘kerk’ of andere groepen met een specifieke geloofsovertuiging. Het idee dat openbare instellingen zich niet aan verschillende groepen en overtuigingen moet binden, blijft echter voortbestaan. Ook de UvA beroept zich indirect op de scheiding tussen kerk en staat, als zij als ‘open universiteit’ geen diversiteitsbeleid wilt realiseren. De scheiding tussen kerk en staat is wettelijk gezien echter alles behalve bepalend voor de verhouding tussen de overheid en diverse groepen in de samenleving. Er bestaan verschillende wetten op dit gebied en deze omvatten het gelijkheidsbeginsel, neutraliteit van overheid en vrijheid van godsdienst of andere levensovertuigingen. Aan de hand hiervan wordt een diverse samenleving gewaarborgd waarin geen
enkele groep domineert.

Een stap buiten de deur van de UvA, in de gemeente van Amsterdam, wordt er dan ook heel anders omgegaan met de diversiteit die deze stad kent. De gemeente Amsterdam voert als neutrale overheid, in tegenstelling tot de UvA, wel een gedegen diversiteitsbeleid. Nederland is en blijft een land van minderheden. Vrijwel elke groep kan dan ook met steun van de gemeente Amsterdam een belangenorganisatie oprichten en zo voorzien in eigen behoeftes. Amsterdam is hier niet de enige gemeente in: tal van gemeentes voeren diversiteitsbeleid – zo laat de  overheid zien dat het bereiken van een inclusieve samenleving zich niet zelf reguleert. Beleid is hierin noodzakelijk. Het is op zijn minst opvallend dat dezelfde basis van neutraliteit en openheid bij de gemeente Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam tot een compleet tegenovergestelde beleidsvisie leidt.

Niet alleen de gemeente ziet dat er binnen de wet ruimte is voor diversiteitsbeleid. Verschillende openbare instellingen evenals universiteiten uiten hun openbare karakter juist door ruimte te geven aan alle verschillende levensvisies binnen hun instituut. De Erasmus Universiteit, de universiteit van Leiden, Universiteit Utrecht, Universiteit Twente, TU Delft, en nog meer, faciliteren allen een stilteruimte. Zelfs Amsterdam University College, een ‘joint venture’ tussen de UvA en de VU, heeft een ‘contemplation room’. Het wordt tijd dat de Universiteit van Amsterdam erkent dat zij, net als de samenleving, de stad Amsterdam en verschillende andere openbare instellingen en universiteiten, aan de hand van beleid ruimte moet bieden voor diversiteit. Het openbare karakter van de UvA is geen excuus waarom dit beleid niet zou moeten plaatsvinden, maar juist de reden waarom het wél zou moeten plaatsvinden. Door actief te werken aan zo’n vorm van beleid, kan de UvA werkelijk een openbare universiteit worden.”