Amsterdam United

The story of a door

[cmsms_row][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_text]

I always thought I was a normal person. It appears I am not. I am a special needs person, since currently I need a special door to reach my office. Before, I worked in this ancient building in the city centre, which in terms of accessibility was a disaster, but at least it had character. One and a half years ago we had to move to a new building. Nobody was happy, except me. I dreamed of being able to get everywhere without being confronted with my illness. Well, I found out that I couldn’t use the main entrance of the new building because it can only be reached via a staircase. Due to my illness climbing stairs to me feels like climbing the Mount Everest probably feels to you. When I found out that this was only temporarily, I was relieved. When later I discovered that temporarily meant ‘two years’, I was not amused.

Luckily there is also another door to enter the building. It was labelled ‘entrance for disabled people’, but everybody could use it. Well, maybe not everybody. People with a disability who have not much strength, like me, couldn’t because the door was too heavy. In the summer the door was always open but in the winter the porter complained about draught, so the door was shut.

Together with a colleague I filed a complaint because of the inaccessibility of this new building. An automatic door opener was installed. Each time when I arrived in stress at my work place, the door calmed me down, because it took so long to open. But I won’t complain. At least I was able to get inside by myself.

Then all of a sudden there was a sign at the door saying that from now on it was only to be used by ‘invalids’. I later heard that it had something to do with complaining neighbours.

Each time I wanted to get in or out via that door the porter said:

 

[/cmsms_text][/cmsms_column][/cmsms_row][cmsms_row data_width=”boxed” data_padding_left=”3″ data_padding_right=”3″ data_color=”default” data_bg_color=”#ffffff” data_bg_position=”top center” data_bg_repeat=”no-repeat” data_bg_attachment=”scroll” data_bg_size=”cover” data_bg_parallax_ratio=”0.5″ data_color_overlay=”#000000″ data_overlay_opacity=”50″ data_padding_top=”0″ data_padding_bottom=”50″][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_image align=”none” link=”http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2016/04/gandalf-e1459958328658.jpg” animation_delay=”0″]4813|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2016/04/gandalf-e1459958328658.jpg|full[/cmsms_image][/cmsms_column][/cmsms_row][cmsms_row data_width=”boxed” data_padding_left=”3″ data_padding_right=”3″ data_color=”default” data_bg_color=”#ffffff” data_bg_position=”top center” data_bg_repeat=”no-repeat” data_bg_attachment=”scroll” data_bg_size=”cover” data_bg_parallax_ratio=”0.5″ data_color_overlay=”#000000″ data_overlay_opacity=”50″ data_padding_top=”0″ data_padding_bottom=”50″][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_text animation_delay=”0″]

It didn’t surprise me. After all I don’t look disabled. I just look pretty normal and often only physiotherapists notice that I walk a bit strangely. After discussing the invisibility of certain medical conditions, the porter usually let me pass. Sometimes he also removed the barrier tape, which blocked the way.

However, when I wanted to leave the building together with a colleague, just to feel a bit normal and not so special, I was allowed through, but my colleague had to use the other door. The management didn’t allow for non-disabled people to use that door. Fortunately a few weeks later they eased their policy.

Some months later the door got a fancy scanning system. If there was a porter saying I could not pass, I just said ‘wait and see’ and held my card in front of the reader and the door magically opened.

Now there is no more porter. The barrier tape is gone too. Still I feel special, and not in a good sense. I guess it has something to do with the fact that I still wish I were able to use the same entrance as my colleagues and that while I have conquered one door there are still many heavy doors, strange attitudes and paternalistic forms of behaviour left in and outside that building.

Auteur: Silke Hoppe

 

[/cmsms_text][/cmsms_column][/cmsms_row]

African Vibes: een reflexief feestje?

[cmsms_row data_padding_bottom=”50″ data_padding_top=”0″ data_overlay_opacity=”50″ data_color_overlay=”#000000″ data_bg_parallax_ratio=”0.5″ data_bg_size=”cover” data_bg_attachment=”scroll” data_bg_repeat=”no-repeat” data_bg_position=”top center” data_bg_color=”#ffffff” data_color=”default” data_padding_right=”3″ data_padding_left=”3″ data_width=”boxed”][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_image align=”none” caption=”Plaatje uit het facebook-event: African Vibes.” link=”http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/12/jeep_safari1.jpg” animation_delay=”0″]4757|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/12/jeep_safari1.jpg|full[/cmsms_image][/cmsms_column][/cmsms_row][cmsms_row][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_text]

Als sociale wetenschappers zijn we er nog lang niet over uit wat ‘cultuur’ nou precies is. Het debat is nog in volle gang, en de vraag is of we ooit tot een eenduidige definitie komen. Waar we wel over uit zijn is wat cultuur in elk geval niet is: een lolletje of een grapje. We worden vanuit ons vakgebied geacht alle leefwerelden, alle manieren waarop mensen de wereld trachten te zien, begrijpen en vorm te geven, serieus te nemen en bovenal te respecteren. We horen kritisch te kijken naar onze eigen positie ‘in het veld’ en krijgen talloze colleges over ethiek, maar soms lijkt zelfreflectie en ethische verantwoordelijkheid te worden vergeten wanneer men weer ‘uit het veld’ stapt, terug in de eigen comfortzone. Maar is er eigenlijk wel zo iets als ‘het veld’? Alle kennis die ik op heb gedaan en nog steeds elke dag opdoe is voor mij een spiegel. Voor mij, zou je kunnen zeggen, is het leven een groot sociaal wetenschappelijk onderzoek en de wereld een groot veld. Sociale wetenschappen gaan niet uitsluitend over ‘de ander’, ergens ver weg,sociale wetenschappen gaan juist heel erg over onszelf en onze eigen positie in het grote veld dat de aardbol heet. Het gebrek aan dit besef wordt pijnlijk duidelijk wanneer studiegenoten elkaar onderling wijzen op ethische misstappen.

Enkele studieverenigingen van sociale wetenschappen aan de UvA organiseerden een ‘African Vibes’ feestje. Een verkleedfeestje, waar je in je ‘Afrikaanse’-outfit kon dansen op ‘old-skool hip-hop en R&B’. Hoewel het al zeer discutabel is of old-skool hip-hop en R&B passen op een feestje dat naar zeggen van de organisatie over het Afrikaanse continent gaat, wezen een aantal studenten op het risico van stereotypering en ridiculisering dat vaak gepaard gaat met verkleedpartijtjes. Met name het feit dat de organisatie als verkleedtip had gegeven ‘haal je lakens van je bed en knoop ze om je hoofd’ was een reden voor een aantal studenten om kritiek te leveren. Deze verkleedtip werd daarop aangepast, maar de geleverde kritiek schoot in het verkeerde keelgat van velen, waardoor er een reactiestroom ontstond in de trant van ‘niet zeiken en niet aanstellen’. De kritische studenten werden ervan beschuldigd zich ‘moreel verheven’ te voelen en zelfs, jawel, last te hebben van ‘zanderige vagina’s’.

Het is een terugkerend element: studieverenigingen die dit soort verkleedfeestjes houden zonder zich bewust te zijn van uitsluitingsmechanismen die hiermee gepaard kunnen gaan. Voor sommige studenten is een dashiki of een boubou namelijk geen kostuum, maar onderdeel van hun identiteit of culturele achtergrond. Het is belangrijk om stil te staan wat het betekent voor die studenten om deze kleding op Facebook langs te zien komen als ‘verkleedtip’, of om foto’s te zien van medestudenten die deze kleding imiteren en er wellicht stereotyperende dansjes bij uitvoeren. Voor hen is het niet ‘grappig’ of ‘leuk’ om een dergelijke verkleedpartij te houden, en in het ergste geval kan dit (onbedoeld) studenten kwetsen en uitsluiten. Daarnaast zijn er nog vele andere opmerkingen of gedragingen waardoor studenten zich niet thuis voelen op de universiteit en of binnen hun studievereniging, zo liet de I Too Am UvA campagne uit 2014 al zien. Dat terwijl studieverenigingen juist een belangrijke bijdrage zouden kunnen en moeten leveren aan het thuisgevoel op de UvA.

De reflexiviteit waar ik voor pleit geldt niet alleen voor individuen en studieverenigingen, maar is ook belangrijk op facultair en opleidingsniveau. De vraag die daar gesteld moet worden is: waarom reageren studenten zo heftig op het moment dat je hen aanspreekt op de problematische aspecten van hun gedrag? Waarom lijkt een deel van de studenten niet te snappen dat iemand anders’ identiteit geen kostuum is dat ter vermaak een avondje kan worden gedragen? Hoe kan het dat er in plaats van een inhoudelijke discussie een geluid ontstaat dat kritische studenten wegzet als ‘zeikerds’? Zou een diverser en kritischer curriculum eraan kunnen bijdragen dat er meer ruimte is om zulke discussies te voeren?

Onze docenten hameren dan wel continu op het belang van reflectie op onze essays en papers, maar de discussie rondom het ‘African Vibes’-feestje laat voornamelijk de noodzaak zien van reflexiviteit ten aanzien van ons eigen gedrag, het curriculum en de inclusiviteit van studieverenigingen.

Auteur: Sherilyn Deen

[/cmsms_text][/cmsms_column][/cmsms_row]

Scheiding tussen ‘stilteruimte’ en UvA?

Afgelopen week publiceerde Folia een interview met Carla Zoethout, docent staatsrecht, over een stilteruimte op de UvA. Zoethout stelde dat een stilteruimte de scheiding tussen kerk en staat zou schenden. Iris Kooreman is een van de (reeds weer gesloten) stilteruimte-initiatiefnemers. Zij sprak met het Parool over het gebrek aan inclusiviteit op de UvA en de noodzaak van diversiteitsbeleid en een stilteruimte. Hieronder haar opiniestuk – ‘scheiding tussen ‘stilteruimte’ en UvA?’

“Tot op heden ontbreekt het op de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan diversiteitsbeleid. De UvA wilt geen aandacht besteden aan het ondersteunen van diverse groepen met verschillende levensstijlen en overtuigingen op de universiteit – zijn openbare karakter is hierin leidend. Vanuit verschillende studentengroepen is herhaaldelijk de vraag gesteld waarom de UvA geen diversiteitsbeleid kent en onder andere geen stilteruimte wilt faciliteren binnen de universiteit. De reden hierachter: “omdat we een open universiteit zijn”. Openbare instellingen mogen zich kennelijk niet inmengen met enige vormen van culturele diversiteit, godsdienstigheid en spiritualiteit.

Het idee dat een openbare instelling zich niet moet inmengen met dit soort beleid vloeit nog steeds voort uit het idee dat kerk en staat gescheiden moeten opereren. Tegenwoordig is er vaak niet eens meer sprake van ‘kerk’ of andere groepen met een specifieke geloofsovertuiging. Het idee dat openbare instellingen zich niet aan verschillende groepen en overtuigingen moet binden, blijft echter voortbestaan. Ook de UvA beroept zich indirect op de scheiding tussen kerk en staat, als zij als ‘open universiteit’ geen diversiteitsbeleid wilt realiseren. De scheiding tussen kerk en staat is wettelijk gezien echter alles behalve bepalend voor de verhouding tussen de overheid en diverse groepen in de samenleving. Er bestaan verschillende wetten op dit gebied en deze omvatten het gelijkheidsbeginsel, neutraliteit van overheid en vrijheid van godsdienst of andere levensovertuigingen. Aan de hand hiervan wordt een diverse samenleving gewaarborgd waarin geen
enkele groep domineert.

Een stap buiten de deur van de UvA, in de gemeente van Amsterdam, wordt er dan ook heel anders omgegaan met de diversiteit die deze stad kent. De gemeente Amsterdam voert als neutrale overheid, in tegenstelling tot de UvA, wel een gedegen diversiteitsbeleid. Nederland is en blijft een land van minderheden. Vrijwel elke groep kan dan ook met steun van de gemeente Amsterdam een belangenorganisatie oprichten en zo voorzien in eigen behoeftes. Amsterdam is hier niet de enige gemeente in: tal van gemeentes voeren diversiteitsbeleid – zo laat de  overheid zien dat het bereiken van een inclusieve samenleving zich niet zelf reguleert. Beleid is hierin noodzakelijk. Het is op zijn minst opvallend dat dezelfde basis van neutraliteit en openheid bij de gemeente Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam tot een compleet tegenovergestelde beleidsvisie leidt.

Niet alleen de gemeente ziet dat er binnen de wet ruimte is voor diversiteitsbeleid. Verschillende openbare instellingen evenals universiteiten uiten hun openbare karakter juist door ruimte te geven aan alle verschillende levensvisies binnen hun instituut. De Erasmus Universiteit, de universiteit van Leiden, Universiteit Utrecht, Universiteit Twente, TU Delft, en nog meer, faciliteren allen een stilteruimte. Zelfs Amsterdam University College, een ‘joint venture’ tussen de UvA en de VU, heeft een ‘contemplation room’. Het wordt tijd dat de Universiteit van Amsterdam erkent dat zij, net als de samenleving, de stad Amsterdam en verschillende andere openbare instellingen en universiteiten, aan de hand van beleid ruimte moet bieden voor diversiteit. Het openbare karakter van de UvA is geen excuus waarom dit beleid niet zou moeten plaatsvinden, maar juist de reden waarom het wél zou moeten plaatsvinden. Door actief te werken aan zo’n vorm van beleid, kan de UvA werkelijk een openbare universiteit worden.”

Een openbare stilteruimte in een openbare universiteit

Op donderdag 26 maart hebben wij, een groep UvA-studenten, een stilteruimte in gebruik genomen in gebouw B/C van het Roeterseiland. Dit was een vrij spontane actie: een paar dagen eerder spraken we met een groepje af om te brainstormen over een stilteruimte en al snel waren we het eens dat de lege ruimte op de eerste verdieping van het gebouw ideaal was – altijd leeg geweest en niet op slot. We hebben geen toestemming gevraagd aan de UvA om deze ruimte te betrekken, maar als er van ons wordt gevraagd dat we vertrekken, dan doen we dat (dit is overigens tot op heden niet gebeurd). Het realiseren van een stilteruimte is bedoeld als symbolische actie om de behoefte aan een dergelijke ruimte aan te tonen. Want die behoefte is er: vanuit verschillende hoeken blijkt dat zowel studenten als medewerkers graag een ruimte willen waarin ze zich in stilte kunnen terugtrekken om te mediteren, te bidden,
te overpeinzen etc.

Tijdens de FSR-lunch met de decaan van de FMG op 30 maart is de stilteruimte ten sprake gekomen; volgens de decaan zijn er mensen die vinden dat een stilteruimte in strijd is met het openbare karakter van de UvA. Het is zeker niet de eerste keer dat dit argument de revu passeert, maar het blijft ons verbazen: een stilteruimte past namelijk perfect binnen een openbare universiteit! Het openbare karakter van de universiteit impliceert immers een neutrale houding tegenover alle mogelijke levensbeschouwingen en ook onze stilteruimte kent geen religieuze overtuiging en staat open voor iedereen die er in stilte wil zijn. Daarnaast blijkt bij andere openbare of seculiere universiteiten de aanwezigheid van een stilteruimte geen existentiële problemen op te roepen – maar over die andere universiteiten later meer.

Volgens de UvA website (onder het kopje ‘identiteit en missie’) biedt de universiteit ‘academisch onderwijs aan op alle wetenschapsgebieden en staat open voor alle studenten en medewerkers – ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging – die met volle inzet van eigen talent werken aan de ontwikkeling en overdracht van wetenschappelijke kennis als bron van culturele rijkdom en als basis voor duurzame vooruitgang.’ Dit streven kunnen wij alleen maar beamen. Wij zien de universiteit graag als een inclusief kennisinstituut waar studenten zich niet alleen academisch, maar ook op persoonlijk vlak kunnen ontwikkelen. Voor sommige studenten gedijt hun academische ontwikkeling of de ‘volle inzet van eigen talent’ het best bij af en toe een rustmoment nemen. Onze stilteruimte biedt die mogelijkheid: studenten en medewerkers, ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging, kunnen er in stilte zijn om vervolgens weer verder te gaan met hun academische bezigheden.

Zoals hierboven al werd genoemd, is voor andere openbare of seculiere universiteiten het hebben van een stilteruimte geen enkel probleem. Amsterdam University College – een gezamenlijk initiatief van de VU en de UvA – heeft bijvoorbeeld een dergelijke contemplation room. En het AMC, waar de Faculteit der Geneeskunde van de UvA is ondergebracht? Een stiltecentrum met onder andere een meditatieruimte en verschillende gebedsruimten. De Erasmus Universiteit in Rotterdam? Een algemeen stiltecentrum, omdat dit volgens de website past bij het seculiere karakter van de universiteit. Zo zijn er nog veel voorbeelden van Nederlandse universiteiten met een openbaar karakter die een stilteruimte aanbieden.

Concreet gezien vragen wij heel weinig van de UvA. Het enige wat we willen is dat er een ruimte beschikbaar wordt gesteld die gebruikt mag worden als stilteruimte. Nogmaals, een stilteruimte gaat uitstekend samen met het openbare karakter van de UvA en bevordert zelfs haar doelstelling een inclusief instituut te zijn waar studenten zich zowel wetenschappelijk als persoonlijk kunnen ontwikkelen. De UvA blijkt onder universiteiten een uitzondering te zijn: andere universiteiten bieden, ongeacht het karakter, wel een stilteruimte aan. In een interview met de NTR, die aanwezig was bij de opening, werd aan ons gevraagd waarom wij niet gewoon naar de VU gaan. Een heldere vraag, maar waarom zouden we dat doen? We hebben allemaal bewust ervoor gekozen om aan de UvA te gaan studeren en denken actief mee over hoe de universiteit kan voorzien in een zo groot mogelijke inclusie van studenten en
medewerkers. Alles wat wij vragen is de realisatie van een stilteruimte, zodat iedereen die soms een moment rust of bezinning nodig heeft, zich ook thuis kan voelen op de UvA.

Charlotte Renckens, namens UvAinclusief

Diversiteitsbeleid: een kaft zonder inhoud

Het is vrijdag 27 februari en ik loop het REC-gebouw C binnen aan de roetersstraat. Als ik opkijk word ik weer aangestaard door de copy-paste multiculturele posters van de UvA. Ik loop door tot onder de brug en dezelfde gezichten lachen mij toe. Elke keer wanneer ik hier weer langskom besef ik mij dat de UvA nog geen beleid heeft voor diversiteit en dat de posters van een multiculturele universiteit naar de buitenwereld slechts een schil zijn. Dit raadselachtige representatiemodel is ook andere studenten opgevallen.

In maart vorig jaar publiceerde de peper een stuk genaamd: ‘egalitair is elitair’, geschreven door Lida Daniels. De reacties onder het stuk variëren van beschuldigingen van hypocrisie, tot uitspraken als: iedereen die behoefte heeft aan diversiteit, kan toch gewoon naar de VU gaan.’ Toevallig heb ik deze opmerking laatst ook gehoord. Nadat ik tijdens een workshop over studentbegeleiding had beargumenteerd dat aandacht voor diversiteit van de studenten een belangrijkere rol zou moeten spelen, vroeg een van de studieadviseurs: ‘Als je diversiteit zo belangrijk vindt, waarom ben je dan niet op de VU gaan studeren?’ Dit was voor mij een moment waarop ik me buitengesloten voelde en niet thuis op mijn eigen universiteit.

Deze situatie toont precies aan waarom de UvA diversiteitsbeleid zou moeten voeren. Aandacht voor diversiteit en inclusiviteit op een universiteit is essentieel om studenten het gevoel te geven dat ze welkom zijn en de ruimte krijgen om zichzelf maximaal te ontwikkelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat studenten die zich niet thuis voelen op de universiteit minder goed presteren en vaker voortijdig stoppen met hun studie. Doordat de UvA geen diversiteitsbeleid voert, heerst er een klimaat waarin vooral de meerderheid van de studenten zich thuis voelt, terwijl minderheden zich vaak onprettig of zelfs buitengesloten voelen.

Hierbij wil ik ook de mythe de wereld uit helpen dat diversiteitsbeleid zich zou beperken tot aandacht voor multiculturalisme of het openen van een gebedsruimte. Diversiteitsbeleid is veel meer dan dat en het is hard nodig op de UvA. Initiatieven zoals Amsterdam United kunnen hieraan bijdragen door verschillende issues waar studenten tegenaan lopen bespreekbaar te maken. De i, too, am UvA-campagne die Amsterdam United organiseerde, toonde dat studenten met een andere etnische achtergrond vaak te maken krijgen met micro-agressies (opmerkingen of handelingen die vaak onschuldig zijn bedoeld, maar als zeer kwetsend worden ervaren). Deze campagne ging specifiek over etnische diversiteit, maar ook studenten met een gender, religie, sociaaleconomische klasse of seksuele geaardheid die niet behoort tot die van de meerderheid van de studenten, hebben te maken met onbegrip en weerstand.

Er is bijvoorbeeld minder aandacht voor literatuur van vrouwelijke wetenschappers. Feministische theorieën worden niet zelden weggelachen of als onbelangrijk beschouwd. En hoe wordt er omgegaan met grapjes over seksualiteit en gender? Voelen studenten zich veilig genoeg om zich uit te spreken als een opmerking hen kwetst? Of word je dan als jongen ‘uitgescholden’ voor feminist, wat een tweedejaars student sociologie overkwam tijdens een werkgroep? Maar ook racisme mag niet worden ontkend. Als een docent niet ingrijpt wanneer er wordt gezegd: ‘maar wat voor intelligents kun je verwachten van een neger’, kan dit grote effecten hebben op de studenten. Trainingen voor docenten als onderdeel van een diversiteitsbeleid kan op dit gebied al grote verbeteringen teweegbrengen.

Daarbij moeten we stoppen met onszelf te vergelijken met de VU. Het feit dat er meer ‘kleur’ op de VU-campus is, betekent niet dat er in het curriculum, tijdens colleges of werkgroepen aandacht en ruimte is voor verschillende vormen van diversiteit. Het doel van diversiteitsbeleid op de UvA zou ook niet moeten zijn om meer allochtone studenten aan te trekken. Het doel van diversiteitsbeleid zou moeten zijn dat er aandacht en begrip is voor alle facetten van iemands identiteit, juist als deze niet overeenkomt met de meerderheid.

De UvA zou moeten uitdragen dat het een universiteit is waarin er een open sfeer is voor minderheden, er ruimte is voor een discussie en uitwisseling van ideeën waarbij het meerderheidsdenken wordt losgelaten en iedere student zich thuis kan voelen. Dit zal niet alleen leiden tot meer creativiteit, verschillende invalshoeken, verbeterde studieprestaties en wetenschapspraktijk maar de universiteit kan hiermee ook een voorbeeldfunctie zijn voor een rechtvaardigere samenleving, waarin iedereen gelijke kansen krijgt en wederzijds respect de norm is.

Binnen de FMG is aandacht voor diversiteit de afgelopen jaren sterk gestegen. Initiatieven die zich bezighouden met diversiteitsvraagstukken stellen hierbij de ervaringen van de student centraal. Een oplossingsgerichte aanpak voor deze problematiek in de vorm van een UvA-breed diversiteitsbeleid zou op deze vraagstukken het juiste antwoord zijn.

Door: Tasniem Anwar

March 2019
M T W T F S S
« Nov    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031