Amsterdam United

Een openbare stilteruimte in een openbare universiteit

Op donderdag 26 maart hebben wij, een groep UvA-studenten, een stilteruimte in gebruik genomen in gebouw B/C van het Roeterseiland. Dit was een vrij spontane actie: een paar dagen eerder spraken we met een groepje af om te brainstormen over een stilteruimte en al snel waren we het eens dat de lege ruimte op de eerste verdieping van het gebouw ideaal was – altijd leeg geweest en niet op slot. We hebben geen toestemming gevraagd aan de UvA om deze ruimte te betrekken, maar als er van ons wordt gevraagd dat we vertrekken, dan doen we dat (dit is overigens tot op heden niet gebeurd). Het realiseren van een stilteruimte is bedoeld als symbolische actie om de behoefte aan een dergelijke ruimte aan te tonen. Want die behoefte is er: vanuit verschillende hoeken blijkt dat zowel studenten als medewerkers graag een ruimte willen waarin ze zich in stilte kunnen terugtrekken om te mediteren, te bidden,
te overpeinzen etc.

Tijdens de FSR-lunch met de decaan van de FMG op 30 maart is de stilteruimte ten sprake gekomen; volgens de decaan zijn er mensen die vinden dat een stilteruimte in strijd is met het openbare karakter van de UvA. Het is zeker niet de eerste keer dat dit argument de revu passeert, maar het blijft ons verbazen: een stilteruimte past namelijk perfect binnen een openbare universiteit! Het openbare karakter van de universiteit impliceert immers een neutrale houding tegenover alle mogelijke levensbeschouwingen en ook onze stilteruimte kent geen religieuze overtuiging en staat open voor iedereen die er in stilte wil zijn. Daarnaast blijkt bij andere openbare of seculiere universiteiten de aanwezigheid van een stilteruimte geen existentiële problemen op te roepen – maar over die andere universiteiten later meer.

Volgens de UvA website (onder het kopje ‘identiteit en missie’) biedt de universiteit ‘academisch onderwijs aan op alle wetenschapsgebieden en staat open voor alle studenten en medewerkers – ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging – die met volle inzet van eigen talent werken aan de ontwikkeling en overdracht van wetenschappelijke kennis als bron van culturele rijkdom en als basis voor duurzame vooruitgang.’ Dit streven kunnen wij alleen maar beamen. Wij zien de universiteit graag als een inclusief kennisinstituut waar studenten zich niet alleen academisch, maar ook op persoonlijk vlak kunnen ontwikkelen. Voor sommige studenten gedijt hun academische ontwikkeling of de ‘volle inzet van eigen talent’ het best bij af en toe een rustmoment nemen. Onze stilteruimte biedt die mogelijkheid: studenten en medewerkers, ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging, kunnen er in stilte zijn om vervolgens weer verder te gaan met hun academische bezigheden.

Zoals hierboven al werd genoemd, is voor andere openbare of seculiere universiteiten het hebben van een stilteruimte geen enkel probleem. Amsterdam University College – een gezamenlijk initiatief van de VU en de UvA – heeft bijvoorbeeld een dergelijke contemplation room. En het AMC, waar de Faculteit der Geneeskunde van de UvA is ondergebracht? Een stiltecentrum met onder andere een meditatieruimte en verschillende gebedsruimten. De Erasmus Universiteit in Rotterdam? Een algemeen stiltecentrum, omdat dit volgens de website past bij het seculiere karakter van de universiteit. Zo zijn er nog veel voorbeelden van Nederlandse universiteiten met een openbaar karakter die een stilteruimte aanbieden.

Concreet gezien vragen wij heel weinig van de UvA. Het enige wat we willen is dat er een ruimte beschikbaar wordt gesteld die gebruikt mag worden als stilteruimte. Nogmaals, een stilteruimte gaat uitstekend samen met het openbare karakter van de UvA en bevordert zelfs haar doelstelling een inclusief instituut te zijn waar studenten zich zowel wetenschappelijk als persoonlijk kunnen ontwikkelen. De UvA blijkt onder universiteiten een uitzondering te zijn: andere universiteiten bieden, ongeacht het karakter, wel een stilteruimte aan. In een interview met de NTR, die aanwezig was bij de opening, werd aan ons gevraagd waarom wij niet gewoon naar de VU gaan. Een heldere vraag, maar waarom zouden we dat doen? We hebben allemaal bewust ervoor gekozen om aan de UvA te gaan studeren en denken actief mee over hoe de universiteit kan voorzien in een zo groot mogelijke inclusie van studenten en
medewerkers. Alles wat wij vragen is de realisatie van een stilteruimte, zodat iedereen die soms een moment rust of bezinning nodig heeft, zich ook thuis kan voelen op de UvA.

Charlotte Renckens, namens UvAinclusief

Diversiteitsbeleid: een kaft zonder inhoud

Het is vrijdag 27 februari en ik loop het REC-gebouw C binnen aan de roetersstraat. Als ik opkijk word ik weer aangestaard door de copy-paste multiculturele posters van de UvA. Ik loop door tot onder de brug en dezelfde gezichten lachen mij toe. Elke keer wanneer ik hier weer langskom besef ik mij dat de UvA nog geen beleid heeft voor diversiteit en dat de posters van een multiculturele universiteit naar de buitenwereld slechts een schil zijn. Dit raadselachtige representatiemodel is ook andere studenten opgevallen.

In maart vorig jaar publiceerde de peper een stuk genaamd: ‘egalitair is elitair’, geschreven door Lida Daniels. De reacties onder het stuk variëren van beschuldigingen van hypocrisie, tot uitspraken als: iedereen die behoefte heeft aan diversiteit, kan toch gewoon naar de VU gaan.’ Toevallig heb ik deze opmerking laatst ook gehoord. Nadat ik tijdens een workshop over studentbegeleiding had beargumenteerd dat aandacht voor diversiteit van de studenten een belangrijkere rol zou moeten spelen, vroeg een van de studieadviseurs: ‘Als je diversiteit zo belangrijk vindt, waarom ben je dan niet op de VU gaan studeren?’ Dit was voor mij een moment waarop ik me buitengesloten voelde en niet thuis op mijn eigen universiteit.

Deze situatie toont precies aan waarom de UvA diversiteitsbeleid zou moeten voeren. Aandacht voor diversiteit en inclusiviteit op een universiteit is essentieel om studenten het gevoel te geven dat ze welkom zijn en de ruimte krijgen om zichzelf maximaal te ontwikkelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat studenten die zich niet thuis voelen op de universiteit minder goed presteren en vaker voortijdig stoppen met hun studie. Doordat de UvA geen diversiteitsbeleid voert, heerst er een klimaat waarin vooral de meerderheid van de studenten zich thuis voelt, terwijl minderheden zich vaak onprettig of zelfs buitengesloten voelen.

Hierbij wil ik ook de mythe de wereld uit helpen dat diversiteitsbeleid zich zou beperken tot aandacht voor multiculturalisme of het openen van een gebedsruimte. Diversiteitsbeleid is veel meer dan dat en het is hard nodig op de UvA. Initiatieven zoals Amsterdam United kunnen hieraan bijdragen door verschillende issues waar studenten tegenaan lopen bespreekbaar te maken. De i, too, am UvA-campagne die Amsterdam United organiseerde, toonde dat studenten met een andere etnische achtergrond vaak te maken krijgen met micro-agressies (opmerkingen of handelingen die vaak onschuldig zijn bedoeld, maar als zeer kwetsend worden ervaren). Deze campagne ging specifiek over etnische diversiteit, maar ook studenten met een gender, religie, sociaaleconomische klasse of seksuele geaardheid die niet behoort tot die van de meerderheid van de studenten, hebben te maken met onbegrip en weerstand.

Er is bijvoorbeeld minder aandacht voor literatuur van vrouwelijke wetenschappers. Feministische theorieën worden niet zelden weggelachen of als onbelangrijk beschouwd. En hoe wordt er omgegaan met grapjes over seksualiteit en gender? Voelen studenten zich veilig genoeg om zich uit te spreken als een opmerking hen kwetst? Of word je dan als jongen ‘uitgescholden’ voor feminist, wat een tweedejaars student sociologie overkwam tijdens een werkgroep? Maar ook racisme mag niet worden ontkend. Als een docent niet ingrijpt wanneer er wordt gezegd: ‘maar wat voor intelligents kun je verwachten van een neger’, kan dit grote effecten hebben op de studenten. Trainingen voor docenten als onderdeel van een diversiteitsbeleid kan op dit gebied al grote verbeteringen teweegbrengen.

Daarbij moeten we stoppen met onszelf te vergelijken met de VU. Het feit dat er meer ‘kleur’ op de VU-campus is, betekent niet dat er in het curriculum, tijdens colleges of werkgroepen aandacht en ruimte is voor verschillende vormen van diversiteit. Het doel van diversiteitsbeleid op de UvA zou ook niet moeten zijn om meer allochtone studenten aan te trekken. Het doel van diversiteitsbeleid zou moeten zijn dat er aandacht en begrip is voor alle facetten van iemands identiteit, juist als deze niet overeenkomt met de meerderheid.

De UvA zou moeten uitdragen dat het een universiteit is waarin er een open sfeer is voor minderheden, er ruimte is voor een discussie en uitwisseling van ideeën waarbij het meerderheidsdenken wordt losgelaten en iedere student zich thuis kan voelen. Dit zal niet alleen leiden tot meer creativiteit, verschillende invalshoeken, verbeterde studieprestaties en wetenschapspraktijk maar de universiteit kan hiermee ook een voorbeeldfunctie zijn voor een rechtvaardigere samenleving, waarin iedereen gelijke kansen krijgt en wederzijds respect de norm is.

Binnen de FMG is aandacht voor diversiteit de afgelopen jaren sterk gestegen. Initiatieven die zich bezighouden met diversiteitsvraagstukken stellen hierbij de ervaringen van de student centraal. Een oplossingsgerichte aanpak voor deze problematiek in de vorm van een UvA-breed diversiteitsbeleid zou op deze vraagstukken het juiste antwoord zijn.

Door: Tasniem Anwar

January 2019
M T W T F S S
« Nov    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031