Gedicht: Een bijdrage aan de statistieken

[cmsms_row data_width=”boxed” data_padding_left=”3″ data_padding_right=”3″ data_color=”default” data_bg_color=”#ffffff” data_bg_position=”top center” data_bg_repeat=”no-repeat” data_bg_attachment=”scroll” data_bg_size=”cover” data_bg_parallax_ratio=”0.5″ data_color_overlay=”#000000″ data_overlay_opacity=”50″ data_padding_top=”0″ data_padding_bottom=”50″][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_text animation_delay=”0″]

Studentenpastoor Riekje van Osnabrugge heeft tijdens het ‘Alles goed?!’ event het volgende gedicht voorgedragen:

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten

onzeker van elke stap –
bijna de hele rest,

bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
-wel negenenveertig,

de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen,
-vier, nou, misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst
-achttien,

om de tuin geleid
door de jeugd die voorbijgaat
-plusminus zestig,

nemen er vierenveertig
alles serieus,

leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
-zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn
-twintig, hoogstens dertig,

zijn als individu ongevaarlijk,
maar slaan los in de massa,
-meer dan de helft, minstens,

wreed,
als omstandigheden hen dwingen,
-hoeveel weet ik liever niet,
ook niet ongeveer,

wijs door schade
-niet veel meer
dan zonder,

willen van het leven alleen dingen,
-dertig
hoewel ik me liever vergis,

krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
-drieentachtig,
vroeg of laat,

zijn tamelijk veel
rechtvaardig-vijfendertig,

maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen vereist
-drie,

verdienen er medelijden
– negenennegentig, zijn sterfelijk
honderd op de honderd.
Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Schrijver: Wislawa Szymborska, uit: Einde en begin, Gedichten 1957-1997 Meulenhoff, Amsterdam, 2000.

[/cmsms_text][/cmsms_column][/cmsms_row]

Het stigma op mentale problemen: we zijn nog niet uitgepraat.

[cmsms_row data_padding_bottom=”50″ data_padding_top=”0″ data_overlay_opacity=”50″ data_color_overlay=”#000000″ data_bg_parallax_ratio=”0.5″ data_bg_size=”cover” data_bg_attachment=”scroll” data_bg_repeat=”no-repeat” data_bg_position=”top center” data_bg_color=”#ffffff” data_color=”default” data_padding_right=”3″ data_padding_left=”3″ data_width=”boxed”][cmsms_column data_width=”1/1″][cmsms_text animation_delay=”0″]

Op woensdagavond 23 september vond het evenement ‘Alles Goed?!’ plaats, georganiseerd door Amsterdam United & NEWConnective. Verschillende sprekers deelden hun persoonlijk ervaringen en de inzichten omtrent het stigma op mentale problemen op de universiteit. Daarnaast gingen alle aanwezigen in kleine groepjes met elkaar in gesprek over dit onderwerp. Een ding was meteen duidelijk: het is belangrijk om binnen de huidige prestatiecultuur het taboe op psychische tegenslag te doorbreken, en we zijn er nog lang niet over uitgepraat.

De avond werd gepresenteerd door kunstenaars Melanin Kris en Yahmani Blackman, inmiddels bekende gezichten bij Amsterdam United. Samen zorgden ze direct, zoals we van ze gewend zijn, voor een prettige, open en ongedwongen sfeer. Na hun warme welkom was Marieke Brand de eerste die het woord nam, gevolgd door Yatun Sastramidjaja. Zowel Marieke vanuit haar rol als studieadviseur als Yatun als docent en scriptiebegeleider hebben beiden nauw contact met studenten en hebben ook van dichtbij gezien hoe studenten psychische belemmeringen ervaren. Ze zagen hierbij veelal hetzelfde: studenten schamen zich als ze niet lekker in hun vel zitten, raken in een sociaal isolement, en de stap om hulp te zoeken is vaak groot. Een belangrijke oorzaak hiervan is het dominante idee dat psychische problemen individuele problemen zijn die alleen door het individu kunnen worden opgelost. Dit zorgt ook voor de medicalisering van mentale problemen. Er wordt van studenten verwacht dat ze zich zo snel mogelijk weer ‘normaal’ voelen, en weer ‘normaal’ mee kunnen draaien binnen de universiteit. In medicatie vinden ze een snelle ‘oplossing’. Wat belangrijk is, aldus Yatun, is het erkennen van de institutionele verantwoordelijkheid van de universiteit en de collectieve verantwoordelijkheid van studenten en staf om de oorzaken te tackelen en betere, duurzamere oplossingen te zoeken.

Nadat Marieke en Yatun aan het woord waren geweest was het aan de aanwezigen om met elkaar in gesprek te gaan. Verschillende groepjes konden op een rustige plek gedurende een half uur met elkaar discussiëren en ervaringen delen. Dat werd dan ook volop gedaan. Zo kwam er een verhaal langs van hoe iemand van dichtbij had meegemaakt dat een student met een depressie door medestudenten werd weggepest, en benadrukte iemand anders weer dat anderen vaak denken dat het altijd goed met je gaat, zolang je maar goede cijfers haalt. Een half uur was zeker tekort om álles met elkaar te delen, maar het is een belangrijke stap in de goede richting. De afsluitende woorden waren van Riekje van Osnabrugge, studentenpastor van SPA020. Met het gedicht ‘Een bijdrage tot de statistiek’ van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska dat ze voordroeg kwam de avond tot een mooi einde.

Er zijn duidelijk nog veel zaken om te bespreken als het gaat om mentale problemen. Amsterdam United zal zich ook blijven inzetten voor een universiteit waar studenten voldoende tijd en ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen, juist ook op psychisch gebied.

Auteur: Sherilyn Deen

[/cmsms_text][cmsms_gallery layout=”gallery” image_size_gallery=”square-thumb” gallery_columns=”4″ gallery_links=”lightbox” animation_delay=”0″]4642|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2204-200×200.jpg,4641|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2184-200×200.jpg,4640|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2185-200×200.jpg,4638|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2189-200×200.jpg,4637|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2192-200×200.jpg,4635|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2198-200×200.jpg,4634|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2201-200×200.jpg,4636|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2197-200×200.jpg,4633|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2222-200×200.jpg,4632|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2226-200×200.jpg,4629|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2241-200×200.jpg,4630|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2239-200×200.jpg,4631|http://www.amsterdamunited.org/wp-content/uploads/2015/09/IMG_2232-200×200.jpg[/cmsms_gallery][/cmsms_column][/cmsms_row]

Een openbare stilteruimte in een openbare universiteit

Op donderdag 26 maart hebben wij, een groep UvA-studenten, een stilteruimte in gebruik genomen in gebouw B/C van het Roeterseiland. Dit was een vrij spontane actie: een paar dagen eerder spraken we met een groepje af om te brainstormen over een stilteruimte en al snel waren we het eens dat de lege ruimte op de eerste verdieping van het gebouw ideaal was – altijd leeg geweest en niet op slot. We hebben geen toestemming gevraagd aan de UvA om deze ruimte te betrekken, maar als er van ons wordt gevraagd dat we vertrekken, dan doen we dat (dit is overigens tot op heden niet gebeurd). Het realiseren van een stilteruimte is bedoeld als symbolische actie om de behoefte aan een dergelijke ruimte aan te tonen. Want die behoefte is er: vanuit verschillende hoeken blijkt dat zowel studenten als medewerkers graag een ruimte willen waarin ze zich in stilte kunnen terugtrekken om te mediteren, te bidden,
te overpeinzen etc.

Tijdens de FSR-lunch met de decaan van de FMG op 30 maart is de stilteruimte ten sprake gekomen; volgens de decaan zijn er mensen die vinden dat een stilteruimte in strijd is met het openbare karakter van de UvA. Het is zeker niet de eerste keer dat dit argument de revu passeert, maar het blijft ons verbazen: een stilteruimte past namelijk perfect binnen een openbare universiteit! Het openbare karakter van de universiteit impliceert immers een neutrale houding tegenover alle mogelijke levensbeschouwingen en ook onze stilteruimte kent geen religieuze overtuiging en staat open voor iedereen die er in stilte wil zijn. Daarnaast blijkt bij andere openbare of seculiere universiteiten de aanwezigheid van een stilteruimte geen existentiële problemen op te roepen – maar over die andere universiteiten later meer.

Volgens de UvA website (onder het kopje ‘identiteit en missie’) biedt de universiteit ‘academisch onderwijs aan op alle wetenschapsgebieden en staat open voor alle studenten en medewerkers – ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging – die met volle inzet van eigen talent werken aan de ontwikkeling en overdracht van wetenschappelijke kennis als bron van culturele rijkdom en als basis voor duurzame vooruitgang.’ Dit streven kunnen wij alleen maar beamen. Wij zien de universiteit graag als een inclusief kennisinstituut waar studenten zich niet alleen academisch, maar ook op persoonlijk vlak kunnen ontwikkelen. Voor sommige studenten gedijt hun academische ontwikkeling of de ‘volle inzet van eigen talent’ het best bij af en toe een rustmoment nemen. Onze stilteruimte biedt die mogelijkheid: studenten en medewerkers, ongeacht afkomst, achtergrond of overtuiging, kunnen er in stilte zijn om vervolgens weer verder te gaan met hun academische bezigheden.

Zoals hierboven al werd genoemd, is voor andere openbare of seculiere universiteiten het hebben van een stilteruimte geen enkel probleem. Amsterdam University College – een gezamenlijk initiatief van de VU en de UvA – heeft bijvoorbeeld een dergelijke contemplation room. En het AMC, waar de Faculteit der Geneeskunde van de UvA is ondergebracht? Een stiltecentrum met onder andere een meditatieruimte en verschillende gebedsruimten. De Erasmus Universiteit in Rotterdam? Een algemeen stiltecentrum, omdat dit volgens de website past bij het seculiere karakter van de universiteit. Zo zijn er nog veel voorbeelden van Nederlandse universiteiten met een openbaar karakter die een stilteruimte aanbieden.

Concreet gezien vragen wij heel weinig van de UvA. Het enige wat we willen is dat er een ruimte beschikbaar wordt gesteld die gebruikt mag worden als stilteruimte. Nogmaals, een stilteruimte gaat uitstekend samen met het openbare karakter van de UvA en bevordert zelfs haar doelstelling een inclusief instituut te zijn waar studenten zich zowel wetenschappelijk als persoonlijk kunnen ontwikkelen. De UvA blijkt onder universiteiten een uitzondering te zijn: andere universiteiten bieden, ongeacht het karakter, wel een stilteruimte aan. In een interview met de NTR, die aanwezig was bij de opening, werd aan ons gevraagd waarom wij niet gewoon naar de VU gaan. Een heldere vraag, maar waarom zouden we dat doen? We hebben allemaal bewust ervoor gekozen om aan de UvA te gaan studeren en denken actief mee over hoe de universiteit kan voorzien in een zo groot mogelijke inclusie van studenten en
medewerkers. Alles wat wij vragen is de realisatie van een stilteruimte, zodat iedereen die soms een moment rust of bezinning nodig heeft, zich ook thuis kan voelen op de UvA.

Charlotte Renckens, namens UvAinclusief

Diversiteitsbeleid: een kaft zonder inhoud

Het is vrijdag 27 februari en ik loop het REC-gebouw C binnen aan de roetersstraat. Als ik opkijk word ik weer aangestaard door de copy-paste multiculturele posters van de UvA. Ik loop door tot onder de brug en dezelfde gezichten lachen mij toe. Elke keer wanneer ik hier weer langskom besef ik mij dat de UvA nog geen beleid heeft voor diversiteit en dat de posters van een multiculturele universiteit naar de buitenwereld slechts een schil zijn. Dit raadselachtige representatiemodel is ook andere studenten opgevallen.

In maart vorig jaar publiceerde de peper een stuk genaamd: ‘egalitair is elitair’, geschreven door Lida Daniels. De reacties onder het stuk variëren van beschuldigingen van hypocrisie, tot uitspraken als: iedereen die behoefte heeft aan diversiteit, kan toch gewoon naar de VU gaan.’ Toevallig heb ik deze opmerking laatst ook gehoord. Nadat ik tijdens een workshop over studentbegeleiding had beargumenteerd dat aandacht voor diversiteit van de studenten een belangrijkere rol zou moeten spelen, vroeg een van de studieadviseurs: ‘Als je diversiteit zo belangrijk vindt, waarom ben je dan niet op de VU gaan studeren?’ Dit was voor mij een moment waarop ik me buitengesloten voelde en niet thuis op mijn eigen universiteit.

Deze situatie toont precies aan waarom de UvA diversiteitsbeleid zou moeten voeren. Aandacht voor diversiteit en inclusiviteit op een universiteit is essentieel om studenten het gevoel te geven dat ze welkom zijn en de ruimte krijgen om zichzelf maximaal te ontwikkelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat studenten die zich niet thuis voelen op de universiteit minder goed presteren en vaker voortijdig stoppen met hun studie. Doordat de UvA geen diversiteitsbeleid voert, heerst er een klimaat waarin vooral de meerderheid van de studenten zich thuis voelt, terwijl minderheden zich vaak onprettig of zelfs buitengesloten voelen.

Hierbij wil ik ook de mythe de wereld uit helpen dat diversiteitsbeleid zich zou beperken tot aandacht voor multiculturalisme of het openen van een gebedsruimte. Diversiteitsbeleid is veel meer dan dat en het is hard nodig op de UvA. Initiatieven zoals Amsterdam United kunnen hieraan bijdragen door verschillende issues waar studenten tegenaan lopen bespreekbaar te maken. De i, too, am UvA-campagne die Amsterdam United organiseerde, toonde dat studenten met een andere etnische achtergrond vaak te maken krijgen met micro-agressies (opmerkingen of handelingen die vaak onschuldig zijn bedoeld, maar als zeer kwetsend worden ervaren). Deze campagne ging specifiek over etnische diversiteit, maar ook studenten met een gender, religie, sociaaleconomische klasse of seksuele geaardheid die niet behoort tot die van de meerderheid van de studenten, hebben te maken met onbegrip en weerstand.

Er is bijvoorbeeld minder aandacht voor literatuur van vrouwelijke wetenschappers. Feministische theorieën worden niet zelden weggelachen of als onbelangrijk beschouwd. En hoe wordt er omgegaan met grapjes over seksualiteit en gender? Voelen studenten zich veilig genoeg om zich uit te spreken als een opmerking hen kwetst? Of word je dan als jongen ‘uitgescholden’ voor feminist, wat een tweedejaars student sociologie overkwam tijdens een werkgroep? Maar ook racisme mag niet worden ontkend. Als een docent niet ingrijpt wanneer er wordt gezegd: ‘maar wat voor intelligents kun je verwachten van een neger’, kan dit grote effecten hebben op de studenten. Trainingen voor docenten als onderdeel van een diversiteitsbeleid kan op dit gebied al grote verbeteringen teweegbrengen.

Daarbij moeten we stoppen met onszelf te vergelijken met de VU. Het feit dat er meer ‘kleur’ op de VU-campus is, betekent niet dat er in het curriculum, tijdens colleges of werkgroepen aandacht en ruimte is voor verschillende vormen van diversiteit. Het doel van diversiteitsbeleid op de UvA zou ook niet moeten zijn om meer allochtone studenten aan te trekken. Het doel van diversiteitsbeleid zou moeten zijn dat er aandacht en begrip is voor alle facetten van iemands identiteit, juist als deze niet overeenkomt met de meerderheid.

De UvA zou moeten uitdragen dat het een universiteit is waarin er een open sfeer is voor minderheden, er ruimte is voor een discussie en uitwisseling van ideeën waarbij het meerderheidsdenken wordt losgelaten en iedere student zich thuis kan voelen. Dit zal niet alleen leiden tot meer creativiteit, verschillende invalshoeken, verbeterde studieprestaties en wetenschapspraktijk maar de universiteit kan hiermee ook een voorbeeldfunctie zijn voor een rechtvaardigere samenleving, waarin iedereen gelijke kansen krijgt en wederzijds respect de norm is.

Binnen de FMG is aandacht voor diversiteit de afgelopen jaren sterk gestegen. Initiatieven die zich bezighouden met diversiteitsvraagstukken stellen hierbij de ervaringen van de student centraal. Een oplossingsgerichte aanpak voor deze problematiek in de vorm van een UvA-breed diversiteitsbeleid zou op deze vraagstukken het juiste antwoord zijn.

Door: Tasniem Anwar